 |
 |
Bomen sieren straten, wegen en tuinen. Ze produceren zuurstof, beschermen tegen hitte en bieden een schuilplaats aan vele diersoorten. Wij beperken ons hier tot de tuin. Welke boom past het beste in mijn situatie, welke bomen zijn gevoelig voor zeewind, hoe kan ik een boom “in toom” houden”. Hoe begeleid ik de groei van een boom. Kortom vragen die spelen als u bomen in de tuin heeft of wil gaan planten. Wij beperken ons hier tot de meest voorkomende boomsoorten. |
| |
|

|
"GEWONE" ESDOORN
Lat.: Acer pseudoplatanus "Leopoldii")
Acer (zie de Latijnse naam) betekent scherp: vroeger werd het hout van de esdoorn gebruikt voor het maken van speren, tegenwoordig voor o.a. meubelen en parket. Typisch voor deze gekweekte soort esdoorn is de kleur van het blad: groen met wit gespikkeld. Dit komt doordat het bladgroen onregelmatig over het blad verdeeld is. Een esdoorn is een snelle groeier: in ideale omstandigheden bereikt hij na ongeveer 60 jaar zijn volwassen hoogte van 30 meter. Daarna neemt hij alleen nog in omvang toe: de kroon kan behoorlijk breed worden. Alle esdoorns hebben gevleugelde zaden, die in de herfst als 'propellertjes' naar beneden vallen. |
| |
|
 |
HOLLANDSE IEP
(Lat.: Ulmus hollandica "Platijn")
In vele landstreken bepaalden monumentale iepen vroeger het aanzicht van het landschap. De iepziekte heeft hier een streep doorgehaald Deze ziekte wordt veroorzaakt door een schimmel die wordt overgebracht door een kevertje. Het jongste hout vlak onder de bast wordt erdoor aangetast. Zodra je boorgangetjes van de kever vindt moet je de boom ruimen en verbranden. Inmiddels wordt er door experts veel onderzoek gedaan naar ziekteresistente rassen. De Hollandse iep is een kloon van een van de vele kruisingen tussen de gladde iep (ulmus carpinifolia) en de ruwe iep ( ulmus glabra). Het blad van deze soort voelt ook ruw aan. Typisch voor elke iep is de asymmetrische onderkant van het blad (ook wel scheve bladvoet genoemd). |
| |
|
 |
PLATAAN
(Lat.: Platanus hybrida) Een kruising tussen de oosterse(uit O.Europa/W.Azië) en de westerse plataan (uit N.Amerika). Een plataan herken je vooral aan zijn bontgevlekte schors. Hij groeit letterlijk uit zijn bast. Waar de schors in plakken is afgevallen, vertoont de boom zijn levende bast, die een geel groen tot grijze kleur heeft. Onder de losliggende schors overwinteren veel insekten. De boom heeft een herkenbaar handvormig blad. Het is een snelle groeier, goed bestand tegen luchtvervuiling die het daardoor goed doet als straatboom. Let eens op de vruchtjes: meerdere balletjes aan een steeltje ( bij de westerse 1 tot 3, bij de oosterse 3 tot 6), die vaak de gehele winter als een soort kerstversiering in de boom hangen. |
| |
|
 |
LARIX OF LORK
Lat.: larix leptolepis)
Dit is de enige naaldverliezende naaldboom. Voor een bos betekent dit dat onder larixen meer ondergroei van planten en struiken mogelijk is dan in een 'donker' bos van sparren en dennen. In het voorjaar verschijnen de naalden frisgroen aan de takken en in het najaar kleuren ze prachtig geel. Opvallend aan de boom zijn verder de vruchtjes of kegeltjes die wel een paar jaar aan de boom blijven zitten. Het hout van de larix is erg hard en wordt vooral als constructiehout gebruikt (bielzen, in mijnbouw en voor bruggen). Het verschil tussen een spar, den en larix? Let op de begin letter en kijk naar de naalden. De naalden van een spar staan “solo”, een den “duo” en de larix “legio”, dwz vele bijeen. |
| |
|
 |
DE ZOMEREIK
(Lat.: Quercus robur)
De eik is vooral bekend van zijn sterke duurzame hout, dat vele toepassingen kent (voor meubels, parket, vaten, bielzen, bouwhout, enz.). Eiken kunnen honderden jaren oud worden. De stammen zijn dan vaak enorm van omvang, met een gegroefde schors en een grote, grillig gevormde en breed uitgegroeide kroon. Er zijn veel verschillende soorten eiken (zomereik, wintereik, Amerikaanse eik, moseik, kurkeik, enz.) met verschillende vormen van het blad, maar ze brengen allemaal eikels voort. Een ovale noot in een klein napje. Vlaamse gaaien zijn er gek op. Deze vogels verstoppen de eikels als wintervoorraad onder de grond en helpen zo ongewild mee aan de verspreiding van de eik: als ze de eikel niet meer terug kunnen vinden loopt deze in het voorjaar uit en vormt een nieuwe eik. Eiken werden vroeger veel bij grote landhuizen en boerderijen aangeplant als bliksemafleider. Een oud gezegde bij onweer luidt: "van eiken moet je wijken, en boeken ( = beuken) moet je zoeken". |
| |
|
 |
ITALIAANSE POPULIER
(Lat.: Populus nigra 'Italica')
Deze boom heeft een relatief korte stam met schuin omhoog staande takken. Door deze slanke, opgaande vorm lijkt de boom vaak hoger dan hij in feite is (tot 35 m.). Het is als alle populieren een snelle groeier die vaak gebruikt werd als vervanger voor de cypres, die een zeer langzame groeier is. Bij ons wordt deze populier vaak als windkering rond boomgaarden aangeplant. Hij kan ook erg goed gesnoeid worden. Deze boom zul je in de natuur niet vinden. De boom is een mannelijke kloon. Omdat de boom zich niet kan uitzaaien is hij sinds 1750 altijd door stekken vermeerderd! |
| |
|
 |
DE GELE ES
(Fraxinus excelsior 'Jaspidea')
De es heeft een geveerd blad, dwz. dat het blad uit meerder kleine blaadjes bestaat (7 tot 15, afhankelijk van de soort es). De vrij onopvallende bloempjes verschijnen in kleine trossen voor het blad aan de boom komt. De jonge twijgen zijn in het voorjaar goudgeel van kleur en in het najaar kleurt het blad goudgeel voor het afvalt; vandaar de naam: gele es. De trossen bruine, gevleugelde vruchtjes blijven lang aan de boom hangen. En let ook eens op de kleur van de winterknoppen: matzwart! Aan die zwarte knoppen herken je in de winter de es. Het hout van de es is taai en buigzaam. Het wordt gebruikt voor stelen van gereedschap, sportartikelen (bijv. hockeysticks), voor meubels en in de bouw. |
| |
|
 |
RUWE BERK
Lat.: Betulus pendula)
De berk kunnen we goed herkennen aan de deels witte schors en de sierlijke, slanke, afhangende twijgen. Een Engelse dichter heeft de berk eens 'de jonkvrouw van de bossen' genoemd. Het blad is enigszins ovaal en de rand van het blad is gezaagd. In het voorjaar verschijnen er katjes aan de boom, tegelijk met de eerste bladeren. In het najaar dwarrelen er een massa kleine, gevleugelde zaadjes door de lucht. Als een berk vlak bij huis staat liggen alle vensterbanken er vaak vol mee. In het najaar kleurt het blad geel. De berk is een echte pionier. Dwz. dat hij een snelle jeugdgroei heeft: 20 tot 25 m. hoogte. Daarna legt hij snel het loodje doordat zijn concurrentiekracht gering is. Vroeger werd de bast van de berk vaak gebruikt: bijv. voor kano's, dakbedekking en het maken van vuur. Als alles in het bos drijfnat is, brandt berkenschors nog! Wie tegenwoordig aan een berkenproduct als heilzaam middel denkt , schiet dadelijk berkenwater te binnen. In de volksgeneeskunde wordt berkensap echter ook gedronken bij geelzucht, aandoeningen van de urinewegen, onzuivere huid, waterzucht en voor de zuivering van het bloed. |
| |
|
 |
LIJSTERBES
(Lat.: Sorbus aucuparia)
De lijsterbes is een vrij kleine boom met een smalle, ijle kroon. Het is een gemakkelijke boom (of ook wel struik) die het in veel omstandigheden goed doet. Hij heeft een samengesteld of geveerd blad, dwz dat één blad uit meerdere kleine blaadjes bestaat (9 tot 15).In het voorjaar heeft de boom schermvormige witte bloemen die veelvuldig door insecten bezocht worden. In de nazomer hangt de boom vol met grote trossen oranje gekleurde bessen, die dan al heel snel door (jawel) vooral de lijster en merel gegeten worden. De bessen zijn eetbaar en rijk aan vitamine C. Het blad verkleurt in de herfst tot geel. De schors is grijsbruin met donkere plekjes (de lenticellen). Het hout is hard en geschikt om er kleine voorwerpen van te maken, bijv. handvatten en spinnewielen. |
| |
|
 |
LINDE
(Lat.: Tilia europea of vulgaris)
Een linde is een boom die een respectabele leeftijd en hoogte kan bereiken: hij kan honderden jaren oud worden en een hoogte van wel 40 meter bereiken. Als leibomen moeten dit soort bomen regelmatig gesnoeid worden om de leivorm te behouden. Het blad van de linde is min of meer hartvormig. De boom bloeit begin juli. De kleine bloempjes groeien aan een lange steel met een schutblad eraan. De bloemen verspreiden een sterke geur die een sterke aantrekkingskracht heeft op hommels en bijen. Van de bloesem wordt kruidenthee gemaakt. Lindehout is vrij zacht dus niet geschikt om buiten te gebruiken. Wel wordt het gebruikt voor speelgoed, fineer, houtwol, houtskool en voor houtsnij-en draaiwerk. De onderschors van de linde is zeer taai en vroeger werd daar touw van gemaakt. |
|
|
 |
|
|
|